dinsdag 1 juni 2010 / Contrast / Foto: Liza Titawano

Tijdschrift / ACHTERGROND

Kudde zonder herder

De Molukse regering in ballingschap, Republiek Maluku Selatan (RMS), bestaat deze maand 60 jaar. Maar met het wegvallen van de eerste generatie verandert de strijd voor een vrij Molukken. Leeft de RMS nog onder de jonge generaties? Contrast sprak met de nieuwe president John Wattilete en met de jongeren van de derde en vierde generatie. ‘Ik wil me wel inzetten, maar weet niet hoe.’

 

Al een jaar geleden had ze zich ingeschreven bij de regering in ballingschap van de Republik Maluku Selatan (RMS), om haar kennis en hulp aan te bieden. Nu, een jaar later heeft ze nog steeds niets van de regering vernomen. Geïrriteerd staat het meisje de nieuwe RMS-president, John Wattilete, te woord tijdens de viering van zestig jaar RMS in het congrescentrum van Apeldoorn. Ze wil, als derde generatie Molukker, graag meewerken aan dat waar de RMS al zestig jaar voor strijd: een vrije Molukse staat.

 

Terwijl de meeste van haar leeftijdsgenoten op dat moment buiten in de zon op de stoep hangen vraagt ze Wattilete: "Wat gaat u doen om de doorstroom van de jongere generaties in de RMS te verzorgen?" Als een bevredigend antwoord uitblijft, loopt ze terug naar haar plaats. "Ze weet genoeg", licht ze de omstanders in.

 

Het is lang geleden dat de regering van de RMS, de republiek der Zuid-Molukken, zo openlijk in debat gaat met de achterban. Jaren lang waren de leden hoofdzakelijk bezig met het ondergronds netwerk op de Molukken zelf. Nu, met zijn aantreden als nieuw president, kiest Wattilete ervoor in gesprek te gaan met de RMS-aanhang. "Dat hebben we veel te lang niet gedaan", geeft Wattilete toe. Dat Molukkers in Nederland hierdoor verdeeld zijn geraakt over de aanpak van de RMS, verbaast hem dan ook niet.

 

"Het commentaar van het meisje was treffend", zegt hij aan het einde van het debat. "We zijn vaak argwanend geweest ten opzichte van mensen die zich bij ons aanmelden. Altijd eerst uitzoeken van welke club diegene afkomstig was. Daar moeten we vanaf, de kwaliteiten die iemand biedt zijn belangrijker dan de afkomst. Als regering moeten we een knop omzetten."

 

Nieuwe weg

 

Met het aantreden van Wattilete lijkt de RMS een nieuwe weg in te gaan, een weg van dialoog en onderhandeling. Met de vraag naar zelfbeschikking, het oorspronkelijk doel van de RMS, kom je bij de internationale gemeenschap nergens, zegt Wattilete. Inzetten op de vrijheid van meningsuiting, een grondrecht dat door veel landen is ondertekend, biedt volgens hem meer mogelijkheden. "Het recht om vrij te spreken is op de Molukken, als het gaat om de RMS, onmogelijk. Ons begin- en eindpunt blijft een vrije Molukse staat, maar je moet wel op zoek naar manieren om daar te komen. We halen daarom de internationale lobby weer uit het slop en gaan de dialoog aan."

 

Dit jaar nog hoopt Wattilete met een delegatie naar Genève en Brussel af te reizen om de schending van mensenrechten op de Molukken aan de kaak te stellen. "De RMS-geest is uit de fles en zal er niet meer in terug gaan", zegt hij. Wattilete geeft toe dat de behoefte aan een vrije staat op de Molukken zelf opnieuw moet worden getoetst. "Nu heb je daar bij één verkeerde uitspraak al een probleem. Democratisch vóór of tegen stemmen is dus onmogelijk. Maar als blijkt dat de behoefte ter plaatse anders is dan wij denken, dan zullen wij als regering ons daar naar moeten schikken."

 

Het Moluks nationalisme in Nederland is de afgelopen decennia flink van aard veranderd. In de jaren zeventig ging de motivatie uit van 'bevrijding van buitenaf’, zegt Fridus Steijlen, antropoloog en auteur van het boek RMS, van ideaal tot symbool. In de jaren die volgden is de RMS, volgens Steijlen, overgegaan op een meer ‘zaakwaarnemersnationalisme’. "Dat is niet negatief bedoeld, maar het gaat nu in eerste instantie om belangen van de mensen daar. Hiermee is ook de strategie veranderd. Onderhandeling en dialoog met Indonesië wordt tegenwoordig als mogelijk gezien."

 

Volgens Steijlen is ook de RMS, zoals die nu op de Molukken leeft, een andere dan de RMS die in 1950 op de Molukken werd geproclameerd. "Destijds had de proclamatie immers te maken met het ineenstorten van de federale staten van Indonesië. (De Molukkers weigerden hierin mee te gaan en riepen op 25 april de vrije republiek der Zuid-Molukken uit, red.) De RMS-beweging nu is het een reactie op de ontwikkelingen van de afgelopen jaren."

 

Steijlen verwijst hiermee naar de burgeroorlog tussen moslims en christenen die elf jaar geleden op verschillende Molukse eilanden plaats vond. Omdat de Indonesische regering weinig deed om het volk te beschermen en er juist militairen meevochten in deze bloedige strijd, verloren veel Molukkers het vertrouwen in de overheid. De acties die tegenwoordig worden ondernomen zijn volgens Steijlen een manier om aandacht te vragen voor het recht zelf te kunnen beslissen over hun eigen toekomst. "Molukkers willen meepraten over hoe de machtsverhoudingen in hun land er uit moeten zien."

 

Als voorbeeld noemt Steijlen de het vlagincident uit 2007. Molukse dansers haalden toen, tijdens een bezoek van president Yudhoyono aan Ambon, de RMS-vlag tevoorschijn. Ze werden opgepakt en sommigen voor levenslang, gevangen gezet. Amnesty International heeft inmiddels een rapport uitgebracht over martelingen die deze gevangenen doormaken.

 

Gemeenschap

 

In tegenstelling tot afgelopen jaren wil Wattilete de komende tijd niet alleen actief zijn in Indonesië zelf, maar ook in Nederland de Molukse gemeenschap ondersteunen. Tijdens zijn speech in Apeldoorn, benadrukt hij het belang van samenwerking. Doordat steeds meer Molukkers buiten de Molukse wijken wonen moet de gemeenschap zich, volgens Wattilete, opnieuw leren organiseren. Dit om beter samen te werken en sociaal-maatschappelijke problemen te voorkomen.

 

Het gaat slecht met Molukse jongeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, zegt Wattilete. Als advocaat ziet hij nauwelijks Molukkers in hogere functies. "Dit probleem is door ons, de regering in ballingschap, maar ook door de ouders té lang laten liggen. Onze ouders, de eerste generatie, hadden nog de drang om ons aan te sporen goed ons best te doen. Zodat ons niet dat overkwam, wat hen was overkomen."

 

Wattilete ziet verbetering van het onderwijs van de derde en vierde generatie Molukkers als een plicht. "We hebben genoeg talent. Het wordt tijd dat we weer ergens trots op kunnen zijn, dat meer van onze mensen weer ergens in uitblinken." De jongere generaties ziet hij als een kweekvijver voor de RMS. Hoewel velen nog goed moeten worden voorgelicht, toch ziet Wattilete de animo onder veel jongeren.

 

"Het moet niet zo zijn dat je je enkel inzet voor de zaak omdat het ‘t ideaal is van je opa en oma. Dan is het slechts een emotioneel argument. Je moet je kunnen verplaatsen in de situatie daar. Het besef moet groeien dat daar onze roots liggen en dat daar iets moet worden gedaan aan de situatie."

 

Dat de aanhang vanuit de jongere generaties verwatert, is volgens Wattilete goed mogelijk. Toch ziet hij daar het probleem niet van in. "De RMS staat voor welzijn en vrijheid op de Molukken. Iedereen die daar op zijn manier aan bij wil dragen is welkom."

 

Bij de mensenrechtenorganisatie Foundation for keeping Moluccan Civil- and Political Rights (FKM-CPR), opgezet door derde generatie Molukkers, wordt instemmend gereageerd op de weg van dialoog die Wattilete voorstaat. "Molukkers zijn vaak bang dat zodra je gaat praten met Indonesië, je de kans op zelfbeschikking direct verspeelt", zegt Natanael Pietersz, voorzitter van de FKM-CPR.

 

Met zijn organisatie vraagt hij aandacht voor de mensenrechten op de Molukken. Doormiddel van ludieke acties en culturele dagen, zoals onlangs de Melanesian Culture Day in Amsterdam, probeert de FKM-CPR het onderwerp op de kaart te zetten. De organisatie onderhoudt contacten met de aanhang op de Molukken en stelt dit netwerk beschikbaar voor de RMS-regering in Nederland. Zelfs met de politieke gevangenen hebben ze contact. "De haat naar de regering in Jakarta groeit", zegt Pietersz. "Mensen zijn arm en er is geen werk. Ook al is de oorlog al zes jaar voorbij, er zijn nog steeds vluchtelingen die niet terug kunnen naar hun dorp. Steeds meer mensen beseffen dat ze het beter zelf kunnen doen omdat ze van de regering geen ondersteuning krijgen."

 

Door andere derde generatie Molukkers worden de plannen van Wattilete met gemengde gevoelens gade geslagen. Ze zijn opgevoed met de RMS en dragen het ideaal een warm hart toe. Velen willen wel wat betekenen, maar weten niet goed hoe. Hitasau Tetelepta (25) staat bij de RMS-viering even buiten bij de andere jongeren in de zon. Hij heeft net het debat over de plannen van de nieuwe regering gevolgd. "Ik moet het allemaal nog maar zien. Wat ze vertelden over de jeugd erbij betrekken, dat zeiden ze drie jaar geleden ook. Ik ken veel leeftijdsgenoten die daarom niet meer naar een dag als deze komen. Ze hebben het vertrouwen in de regering verloren."

 

Toch is de landelijke viering van zestig jaar RMS dit jaar goed bezocht. Meer dan tweeduizend Molukkers, van de eerste tot en met de vierde generatie, hebben zich naar Apeldoorn begeven. Velen ‘toch nieuwsgierig naar de nieuwe regering en hun plannen’. Er klinkt veel kritiek, Molukkers voelen zich als een ‘kudde zonder herder’, maar ook geven ze de nieuwe president een kans.

 

"Als derde generatie hebben we het ontstaan van de RMS niet meegemaakt, maar we horen wel de verhalen van onze opa en oma", zegt Olympia Latupeirissa (28). De RMS, de affiniteit met de Molukken, zal volgens haar nooit verwateren. "Misschien wordt het minder zichtbaar, maar verloren gaan doet het niet."

 

Tetelepta wil zich graag inzetten voor de Molukken, maar hij weet nog niet hoe hij dit zelf moet aanpakken. "Geef me een opdracht en dan doe ik het." Eerder is hij al eens met voetbalclub Jong Ambon naar Ambon-stad gegaan om te voetballen met jongeren daar. "Dat was erg leuk, dan leeft zo’n hele stad op. Zoiets zou ik wel meer willen doen." Tetelepta was gestopt met zijn opleiding maar wil weer terug naar de ALO. Voor volgend jaar heeft hij zich opgegeven om vrijwilligers werk te gaan doen, op de Molukken.

 

De oorsprong van de RMS

In Nederland heeft de RMS een omstreden verleden. De tweede generatie Molukkers voer in de jaren zeventig verschillende gewelddadige acties om hun doel, een vrije Molukse staat, te bewerkstelligen. Het gijzelen van een basisschool in het Drentse Bovensmilde en het kapen van twee treinen zijn hiervan het meest bekend. Deze strijd voor een vrije republiek kwam voort uit de wens die hun ouders, de eerste generatie Molukkers in Nederland, hadden.

 

Na de Tweede Wereldoorlog verloor Nederland haar Indonesische kolonie en werd het land onafhankelijk. De uit het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) afkomstige Molukse soldaten werden toen tijdelijk naar Nederland gehaald. Omdat zij onder Nederlandse vlag hadden gevochten, wilden zij om veiligheidsredenen niet op Indonesisch grondgebied ontslagen worden. Na verblijf in Nederland zouden zij met behulp van Nederland terug keren naar Indonesië.

 

De hoop bestond dat Nederland, na jaren lange trouwe dienst in het KNIL, de Molukkers zou steunen in hun streven naar een vrije Molukse staat. Ook werd gedacht dat Nederland de Molukkers zou helpen terug te keren naar het eigen land. De vrije Molukse republiek is er uiteindelijk nooit gekomen. Hulp om terug te keren wel.

 

De voormalig KNIL-militairen en hun kinderen zijn oud geworden op Nederlandse bodem. Reden voor de tweede generatie om zich, jaar in jaar uit, sterk te maken voor de vrije Molukse staat waar veel van hun ouders van droomden.